Begeleiden op de vloer: sluit aan bij beeldspraak

Met het gebruik van beeldspraak maakt een cliënt in weinig woorden iets duidelijk. Een metafoor schetst vaak een glashelder beeld van een gevoel, situatie of probleem. Het is de brug tussen het bewuste en onbewuste. Als begeleider zie je de situatie voor je en kun je gemakkelijk meevoelen met wat erin de cliënt leeft.

Hoe werkt dat in de praktijk?

Frank komt binnen en begint meteen te vertellen. Enigszins geëmotioneerd. Hij doet zijn best om zijn tranen weg te drukken. Hij zat net weer lekker in zijn werk en binnen twee weken zit zijn kruiwagen al weer boordevol. Zijn manager blijft er maar van alles ingooien. Hij kan er niets meer bij hebben, anders kiept zijn kruiwagen om. En hij weet nu al niet meer wat hij moet doen met alles wat erin zit.

Frank wil eerst meer zicht op wat er allemaal in zijn kruiwagen zit, zodat hij weer wat meer lucht krijgt. Een andere keer wil hij kijken hoe hij kan voorkomen dat zijn kruiwagen steeds weer zo vol raakt. En hoe hij ‘nee’ kan zeggen tegen zijn leidinggevende.

Beeldspraak als krachtig instrument

Ik vraag Frank een stoel als symbool voor zijn kruiwagen te pakken en deze ergens in de ruimte neer te zetten. Vervolgens vraag ik hem te vertellen wat er allemaal in zit en daar steeds een voorwerp bij te pakken als symbool. Alles wat voorhanden is in de ruimte mag hij gebruiken.

Frank pakt een voorwerp en de woorden volgen als vanzelf. Hij raakt steeds meer in zichzelf gekeerd. Er komt van alles in hem op, hij voelt en ervaart. Hij benoemt wat hij pakt en legt het in zijn kruiwagen. Soms stel ik een verdiepende vraag en soms ook niet. Hij gaat door met pakken tot hij klaar is. De stoel, zijn kruiwagen ligt vol, met van alles.

Hij kijkt me aan en zegt: “Dat tijdschrift, dat staat voor de gebeurtenissen met de losse eindjes, dat weegt het zwaarst. Dat wordt me nu helder. De rest is bijzaak.”

Frank vertelt vervolgens een aangrijpend verhaal over een collega die jaren terug is overleden, terwijl ze samen dienst hadden. Hij is als goede vriend betrokken geweest bij het regelen van de uitvaart. Tijdens zijn verhaal laat hij zijn tranen de vrije loop. Wanneer hij klaar is met zijn verhaal kijkt hij me aan en zegt: “Ik zou nog zo graag van hem willen horen of ik het toen goed heb gedaan bij de uitvaart. Dit houdt me nog dagelijks bezig”.

Wat is er veranderd?

Door de metafoor als startpunt te nemen en gebruik te maken van voorwerpen die zijn verhaal symboliseren, blijft Frank in contact met wat er in hem leeft. Komen de woorden als vanzelf, vanuit wat hij diep van binnen weet. Hij krijgt contact met en voelt aan wat werkelijk zwaar voor hem weegt. Het feit dat hij zijn verhaal heeft verteld en zijn verdriet hierover heeft gevoeld, geeft hem lucht. En helderheid.

Supervisie op de vloer: kijken in de spiegel

Spiegelen is een eenvoudige en effectieve techniek in psychodrama. Het werkt zeer verhelderend wanneer iemand (persoon A) zichzelf ziet bewegen in een situatie. En wat het effect daarvan is. In een kleine groep werkt dat zo: een ander groepslid (persoon B) speelt de rol van persoon A, gedraagt en beweegt zich precies zo. Spiegelen is vaak ook confronterend en vraagt om zorgvuldige begeleiding.

Hoe werkt dat in de praktijk?

Tijdens een groepssupervisie wil Liesbeth onderzoeken waarom ze met een bepaalde klant niet verder komt. De coachee komt niet echt in beweging. Ze voelt dat ze zelf te hard werkt en moe is na elke coachafspraak.

We zetten de scene neer: tafel, stoelen, hoe ze beiden zitten. Floor speelt de rol van de klant. Nadat Liesbeth Floor heeft ingesproken over een aantal belangrijke aspecten van de klant, starten ze het gesprek. Het wordt snel zichtbaar dat Liesbeth hard werkt en veel woorden gebruikt. Ze zorgt voor de klant, die vervolgens zelf niets meer hoeft te doen.

Wanneer ik de scene stil zet, vraag ik Liesbeth of het in het echt ook zo gaat. “Ja, het is precies hetzelfde. Dodelijk vermoeiend.” Ik vraag haar wie haar rol even over kan nemen. Ze vraagt Marleen. Liesbeth en ik gaan op enige afstand van de scene staan en ik vraag Floor en Marleen nogmaals de scene te spelen. Liesbeth kan op deze manier vanaf de zijlijn naar haarzelf kijken.

Inzicht en bewustzijn

Wanneer de scene stopt, vraag ik Liesbeth: “Wat valt je op aan de situatie, wat zie je?”

Liesbeth raakt geemotioneerd en zegt: “Daar zit mijn moeder”. En ze wijst naar Floor, de klant. “Als kind zorgde ik voor mijn moeder, omdat zij niet voor zichzelf kon zorgen. Ze had het altijd zwaar en moeilijk. Ze stelde zich afhankelijk op van mij.”

Liesbeth ziet en voelt dat ze in de tegenoverdracht schiet. En daardoor niet vrij en adequaat meer kan reageren. De klant blijft op deze manier ook in haar ineffectieve patroon vastzitten.

Wat is er veranderd?

Inmiddels zitten we naast elkaar op een stoel naar de scene te kijken. Ik vraag aan Floor (nog steeds de klant): “Wat gebeurt er met jou in het gesprek, wat ervaar jij?” Floor: “Ik weet het allemaal niet, ik weet niet hoe ik het moet aanpakken.” Waarop coach Marleen heel rustig zegt: “Ik weet het ook niet.” Dit is zichtbaar een nieuwe ervaring voor Floor.

En Liesbeth? Voor haar is het een eye-opener, een mogelijk alternatief.